God verdwijnt gestaag uit Amsterdam (10) Sint-Josephkerk

In het Schotse Fort William werd de Macintosh Memorial kerk na de sluiting in 2007 omgetoverd tot een klimcentrum.
In Amsterdam gebeurde hetzelfde met de Sint-Josephkerk, aan de Erik de Roodestraat in het Amsterdamse Bos en Lommer.
Het gebouw, van architect G.H.M. Holt, was een rooms-katholieke kerk van 1952 tot 1990. Daarna werd het van 1996 tot 2012 gebruikt als klimcentrum, met de toepasselijke naam Tussen hemel en aarde.
Van 2 december 2012 tot 31 mei 2013 kreeg het gebouw landelijke bekendheid als De Vluchtkerk die onderdak bood aan uitgeprocedeerde asielzoekers zonder verblijfsvergunning. Tegenwoordig dient het gebouw, na een renovatie, als kinderspeelplaats (Candy Castle) met verschillende glijbanen, een ballenbak, een hindernisparcours en een kartbaan.
De Sint-Josephkerk maakt deel uit van de Top 100 Nederlandse monumenten 1940-1958 en is in 2010 erkend als rijksmonument.

Advertenties
Geplaatst in Geschiedenis | Een reactie plaatsen

Véronique Gens zingt Hahn, Duparc, Chausson en Debussy in Amsterdam!

Vier jaar geleden zou de Franse sopraan Véronique Gens, een van mijn favoriete zangeressen, al optreden in het Muziekgebouw aan ’t IJ.
Maar ‘op dwingend doktersadvies’ moest ze haar optreden, op woensdagavond 28 mei 2014, afzeggen. Gens werd overigens uitstekend vervangen door Henk Neven, maar mijn teleurstelling was groot.
Ik heb Véronique Gens zien optreden in Castor et Pollux van Rameau (2008) en Iphigénie en Aulide en Iphigénie en Tauride van Gluck (2011), maar solo heb ik haar nog nooit gezien. En dat terwijl ze zulke schitterende cd’s heeft gemaakt, waarop ze meer dan overtuigend bewijst dat ze niet alleen maar barokmuziek kan zingen.
Op haar cd Néère vertolkt Gens op fenomenale wijze liederen van Reynaldo Hahn (1874-1947), Henri Duparc (1848-1933) en Ernest Chausson (1855-1899), begeleid door de pianiste Susan Manoff.
Gisteravond was het eindelijk zo ver. Véronique Gens met hetzelfde programma als in 2014 (Hahn, Duparc, Chausson en Debussy) en dezelfde pianiste: Susan Manoff.
Wat mij aanspreekt in deze liederen is de weemoed, het mysterie en de melancholie. Hoe meer Franse muziek ik hoor (van Jean-Philippe Rameau tot pakweg Léo Delibes en Charles Gounod), hoe meer ik ervan overtuigd raak dat die mélancolie een gemeenschappelijk kenmerk is van Franse klassieke, maar misschien ook wel populaire muziek.
De bijzondere liederen van Reynaldo Hahn (na de pauze, toen Gens zich in een prachtige, rode japon had gehuld) leken in deze context minder gecompliceerd en meer direct. Wie de moeite neemt om een geluidsopname van een zingende Hahn op het internet te zoeken, hoort meer een songwriter dan een klassiek geschoolde zanger. Wie kent zijn A Chloris niet, dat quasi-barokke lied, door Gens o zo fraai gezongen?
Kampte Véronique Gens met een lichte verkoudheid? Ze hoestte af en toe en dronk dan water uit een flesje, maar aan haar stem was gelukkig niets onregelmatigs te horen. Ze trakteerde nog op twee toegiften: Poulenc (Les chemins de l’amour) en Fauré.
Brava!

Geplaatst in Muziek | Een reactie plaatsen

Noordzee: 8 mei 2018

Van Newcastle naar IJmuiden…

Geplaatst in Foto's | Een reactie plaatsen

De stemmen van de grote componisten (47): Henri Larrivée

Op de cd Enfers brengen Stéphane Degout en Pygmalion van Raphaël Pichon een schitterend eerbetoon aan Henri Larrivée (1737 – 1802).
De Franse bariton wordt ontdekt door de componist Jean-Féry Rebel, die hem inhuurt als koorlid. Larrivée krijgt zijn eerste rol in een nieuwe opvoering (1755) van Castor et Pollux van Jean-Philippe Rameau. Daarna zingt hij in veel opera’s van Christoph Willibald von Gluck en Niccolò Piccinni. De bariton trouwt met de sopraan Marie Jeanne Lemière, die in 1786 overlijdt. In dat jaar stopt Larrivée met optreden en wijdt hij zich aan de begeleiding van zijn twee rondreizende dochters die harp en viool spelen.
De schrijver Émile Campardon (1837 – 1915) beschrijft Larrivée als volgt: ‘De kunstenaar had alles: een mooi figuur, een groot bereik en een soepele stem. Daarnaast acteerde hij natuurlijk en intelligent.’

Geplaatst in De stemmen van de grote componisten | Een reactie plaatsen

Hoe komt het dat de taal- en rekenprestaties dalen?

Het inspectierapport De staat van het onderwijs heeft veel stof doen opwaaien.
Hoe komt het dat de taal- en rekenprestaties dalen?
Dagblad Trouw laat drie ervaren leraren aan het woord.
Yvonne Aarts (25 jaar ervaring) beaamt dat het niveau van kinderen achteruit is gegaan: ‘De manier waarop kinderen taal- en rekenvaardigheden­­ krijgen aangereikt is veranderd. Waar vroeger een bepaalde spellingsregel een week lang werd besproken en herhaald, wordt het nu één keer uitgelegd. Vervolgens moeten kinderen­­ aan het einde van de week een dictee maken om te testen of ze het hebben begrepen. Ze krijgen veel minder tijd om stof eigen­­ te maken.’
Simon Trommel (39 jaar ervaring): ‘Sommige scholen zijn heel prestatiegericht: het taal- en rekenonderwijs staat centraal. Daar zijn de resultaten een stuk beter dan op de basisscholen waar de nadruk ligt op vaardigheden voor de 21ste eeuw, zoals dat wordt genoemd. Wereldoriëntatie, omgaan met internet, leren samenwerken. Het idee is dat kinderen tijdens die vakken ook basisvaardigheden zoals taal aanleren, maar dan al doende. Maar slechts een heel klein deel kan dat. De grootste groep heeft eerst les nodig.’
Ook constateert Trommel dat het niveau van leraren is gedaald. ‘Ik begeleid weleens Pabo-studenten. Sommigen van hen kunnen het rekenniveau van groep acht niet aan. Doordat het niveau van hun lessen minder wordt, presteren kinderen op het voortgezet onderwijs minder. Als zij zelf leraren worden is het probleem weer terug op de basisschool.’
Anja Wagener (25 jaar ervaring) herkent dat het taal- en rekenniveau van kinderen­­ is gedaald. Volgens haar komt dat vooral doordat de eisen zijn opgeschroefd. ‘Kinderen krijgen minder speeltijd. De overheid wil dat ze eerder op een bepaald niveau­­ zitten met rekenen en schrijven. Daarom voelen scholen de noodzaak kinderen steeds sneller door te laten­­ stromen naar groep 3. Dat betekent dat kinderen die daar misschien nog helemaal niet klaar voor zijn er toch al mee moeten beginnen. Dat is niet goed voor hun ontwikkeling.’
Er wordt meer van kinderen gevraagd, vindt Wagener. En daarmee ook van leraren. ‘Maar die zijn uitgehold. Ze worden onderbetaald en hebben een steeds groter takenpakket. Ze hebben simpelweg de middelen niet om aan de eisen van de inspectie te voldoen.’
Onderwijshervormers, beleidsmakers, bestuurders en managers zouden verplicht kennis moeten nemen van de wijze opmerkingen van Aarts, Trommel en Wagener.

Bron: Trouw (11 april 2018)

 

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen

Schijn bedriegt (159)

Van de Franse kunstenaar Gabriel Gresley (1712 – 1756) dit portret van een chirurg.

Geplaatst in Schijn bedriegt | Een reactie plaatsen

Maakt ‘gezeur’ het onderwijs beter?

Maakt ‘gezeur’ het onderwijs beter?
Saro Lozano Parra vindt van niet. De promovendus (de betekenis van democratie in het voortgezet onderwijs) constateert dat na publicatie van het inspectierapport De staat van het onderwijs de ‘zeurkraan’ wijdopen is gezet.
Lozano Parra legt even uit wat hij met die ‘zeurkraan’ bedoelt: ‘bestuurders doen dit fout, er is sprake van curriculumvervuiling door nieuwe vakken die vroeger ook niet nodig waren, scholen zijn niet ambitieus genoeg en de VO-raad vindt het allemaal maar overdreven.’
Wat volgt, volgens Lozano Parra, is een totale impasse waarin alle betrokkenen (ook docenten) de verantwoordelijkheid ergens anders neerleggen. ‘Hierdoor lijkt een actieve, constructieve samenwerking om een gezamenlijke visie te ontwikkelen en fundamentele vragen over ons onderwijs te beantwoorden ver weg.’
Saro Lozano Parra vindt deze impasse en het ‘gratuite gezeur’ van alle betrokkenen ‘enorm frustrerend’. Hij vindt dat we ‘input en energie nodig om tot een visie te komen over de belangrijkste en urgente thema’s binnen het huidige onderwijs.’ Als eerste noemt hij de toenemende segregatie en kansenongelijkheid, ‘een ramp voor de samenleving in het algemeen en voor burgerschapsonderwijs specifiek.’ Lozano Parra zegt terecht: ‘De school is een plek om jezelf te leren kennen en je te verhouden tot de ander. Maar als die ander niet meer op school rondloopt en er alleen maar klonen van jezelf in de klas zitten, hoe leer je dan begrip en openheid te tonen voor mensen uit andere lagen van de samenleving?’
Ook vraagt hij een plan van aanpak van het lerarentekort van alle betrokken partijen.

Jammer dat Saro Lozano Parra alle betrokkenen over een kam scheert. Docenten klagen en zeuren natuurlijk ook (heel veel zelfs…), maar ik vind dat zij net wat meer recht van spreken hebben dan die andere zeurders. Zij zijn immers afhankelijk van de geldstromen van de Overheid. Geen salarisverschillen tussen basis- en voortgezet onderwijs, minder lesuren en kleinere klassen. Allemaal reële eisen, ook om het beroep aantrekkelijk te houden voor een nieuwe generatie. Dat is toch geen gezeur?

Bron: Trouw (20 april 2018)

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen