Waarom doe ik mee aan de prikactie van vandaag?

Waarom doe ik mee aan de prikactie van vandaag?
Niet omdat ik de werkdruk in het onderwijs onevenredig hoog vind. Ja, je werkt hard in het onderwijs (niet alleen in het primair, maar ook in het voortgezet onderwijs en andere sectoren), maar je krijgt er veel voor terug in dit prachtige, maar veeleisende vak.
Ook weet je dat je moet opboksen tegen de manier waarop een groot deel van de samenleving tegen je aankijkt. Twaalf weken vakantie en dan nog mopperen op te hoge werkdruk? Hoe durf je? Ze vergeten dat je in de resterende weken veel meer uren maakt. Uitleggen is zinloos. Je bent toch om half 3 klaar met lesgeven?
Ik doe niet mee aan de prikactie van vandaag, omdat ik denk dat hogere salarissen leiden tot verminderen van het lerarentekort? Minder lessen en kleinere groepen, dat zet zoden aan de dijk.
Ik doe wel mee aan de prikactie van vandaag omdat ik het niet eerlijk vind dat mensen die hetzelfde werk doen lager betaald worden. Er is geen enkel zinnig argument te bedenken om leraren in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs anders te betalen.
Ook mijn collega’s op de afdeling van mijn vmbo-school, veelal net zoals ik afkomstig uit het primair onderwijs, doen mee aan de prikactie. Ook zij vinden dat verschil in salaris onrechtvaardig.
Wij beginnen vandaag een uur later…

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | 1 reactie

‘Verwacht geen wonderen van een salarisverhoging’

‘Verwacht geen wonderen van een salarisverhoging,’ zegt hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt Frank Cörvers,  ‘1,8 miljard euro erbij is een te groot bedrag voor de overheid om in één keer uit te trekken. Bovendien: daar heb je niet onmiddellijk meer leraren door.’ Zoals u weet organiseert PO in Actie morgen een prikactie, voor een ‘eerlijk salaris en lagere werkdruk’ in het primair onderwijs. 
Onderzoek toont aan dat hogere salarissen meer leraren kunnen trekken, maar niet in elke situatie en niet altijd evenveel. Volgens Marc van der Meer, eveneens hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt, is het effectiever om te investeren in pabo’s. Bijvoorbeeld door tijdelijk de studiebeurs weer in te voeren voor leraren in opleiding, zodat ze niet hoeven te lenen. Het duurt alleen minimaal vier jaar voor zo’n investering zich uitbetaalt. Van der Meer: ‘Een iets snellere oplossing is om een traject op te zetten waarmee studenten psychologie of pedagogiek direct na hun studie kunnen worden ingezet als onderwijsassistent.’ Wil je toch de lonen verhogen, zegt de hoogleraar, sleutel dan vooral aan de salarissen van starters. ‘Dat zijn uiteindelijk de mensen die je wilt trekken.’
‘Geef niet zomaar geld aan het onderwijs’, zegt wiskundeleraar Frans van Haandel, ‘dat is geld storten in een bodemloze put.’ Samen met de Tilburgse econometrist Hans Duijvestijn heeft hij (met medewerking van het ministerie van Onderwijs) onderzoek gedaan naar de uitgaven aan het onderwijs in de afgelopen twintig jaar. Die zijn fors gestegen: elk jaar kwam er 1,4 miljard euro bij, voor onder andere kleinere klassen, betere salarissen en meer leraren. ‘Niets van het extra geld heeft geleid tot de inzet van meer docenten. Niets ervan is gegaan naar kleinere groepen. Niets is gegaan naar een hoger salaris voor de docenten.’ Integendeel: het aantal docenten is de afgelopen jaren gedaald ten opzichte van het aantal leerlingen, de gemiddelde groepsgrootte is gestegen en het reële salaris van docenten is min of meer gelijk gebleven.
Robert Sikkes, hoofdredacteur van het Onderwijsblad, beschreef twee jaar geleden hoe honderden miljoenen, bedoeld voor extra banen in het basisonderwijs, aan allerlei zaken werden uitgegeven, maar niet aan banen. Adviesbureau Berenschot kwam in mei tot een vergelijkbare conclusie na een onderzoek naar financiën van basisscholen. Schoolbesturen besteden geld dat voor personeel bedoeld is aan onderhoud: schoonmaak, elektra, digitale borden.
De oorzaak van het wegsijpelende geld is volgens Van Haandel de lumpsum. Het wordt niet duidelijk waaraan scholen het vrij te besteden geld uitgeven. Van Haandel pleit ervoor om het geld specifiek te besteden. Bijvoorbeeld aan meer uren voorbereidingstijd per les voor docenten. ‘Die zijn nu vastgelegd in de cao. Als je die aanpast, kun je de werkdruk verlichten. Dat maakt het werk ook aantrekkelijker.’
Na het lezen van dit artikel vraag ik me af hoe Frank Cörvers, Marc van der Meer en Frans van Haandel denken over het verschil in de salarissen van leraren basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Moet het werken met pubers toch beter beloond worden?
Met die 1,8 miljard repareer je toch een onrechtvaardig verschil? Specifieker kan het niet!
Overigens zou naar mijn mening een parlementaire enquête moeten worden ingesteld naar de besteding van onderwijsgeld. Ik vrees dat veel is geïnvesteerd in de salarissen van bestuursvoorzitters en de bekostiging van bestuurskantoren.

Bron: De Volkskrant (19 juni 2017)

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen

Schijn bedriegt (116)

Street art van de Italiaanse kunstenaar Caiffa Cosimo (1979).

Geplaatst in Schijn bedriegt | Een reactie plaatsen

‘De leerkracht is een elastiekje dat op knappen staat’

BU001683

Moet je wel snel zijn met die staking anders heb je straks weer 6 weken vrij….
Veel vrije dagen, hoge baanzekerheid, dat is ook wat waard. Klaag toch niet altijd dat jullie niet gewaardeerd worden. Wanneer je niet tevreden bent met je baan, ga dan wat anders doen! En wanneer je geen werk kunt vinden dat net zo veel betaald, dan verdien je blijkbaar ruim voldoende.

Een van de veelzeggende reacties op een artikel in De Gelderlander.
In het artikel komen leerkracht Marcel Roelofs van basisschool De Woelwaters (Ulft) aan het woord. De school doet 27 juni mee aan de staking (of is het toch een prikactie?) en begint om half tien.
‘Het is nu of nooit, dat gevoel heb ik,’ zegt Roelofs. ‘Er is veel steun uit de samenleving voor onze boodschap’, zegt Roelofs, die dan de reacties op het artikel in de krant nog niet heeft gezien. Met veel andere collega’s vindt hij het onbegrijpelijk dat een leraar in het voortgezet onderwijs meer verdient dan een juf of meester, hoewel ze op het zelfde opleidingsniveau werken en dezelfde bevoegdheden hebben. ‘Niemand kan me uitleggen waarom dat zo is.’
Roelofs constateert dat ook op zijn school grote klassen normaal zijn. ‘We hebben zelfs een groep van 33 leerlingen en alle ondersteuning is wegbezuinigd. De leerkracht is een elastiekje geworden dat op knappen staat.’ Hij verwacht dat er meer juffen en meesters komen als het beroep beter wordt betaald. ‘De studenten die hier op stage komen, kiezen allemaal uit passie voor dit vak. Ze merken dat het hard werken is en zien dan dat vrienden met een vergelijkbare opleiding meer verdienen. Veel studenten gaan daarom doorstuderen of stromen door naar het voortgezet onderwijs.’
Ik besluit met twee vragen en een oproep. Merk je dat je hard moet werken in het onderwijs? Zie je vrienden met een vergelijkbare opleiding meer verdienen? Zoek alsjeblieft een andere baan!

Bron: De Gelderlander

 

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen

De stemmen van de grote componisten (32): Nancy Storace

Anna (of Ann) Selina Storace, beter bekend als Nancy Storace (hier geschilderd door Benjamin van der Gucht) wordt geboren op 27 oktober 1765 in Londen.
Nancy krijgt zanglessen in Engeland en Italië (van onder anderen Venanzio Rauzzini). Succesvolle optredens volgen.
Vanaf 1782 maakt de sopraan deel uit van het operagezelschap van keizer Jozef de Tweede in Wenen. Als Susanna zingt Nancy in de première van Le Nozze di Figaro van Mozart. Ze maakt veel indruk op de Hongaarse dichter Ferenc Kazinczy die schrijft: ‘De prachtige zangeres betoverde ogen, oren en ziel. Mozart dirigeerde het orkest, vanaf zijn fortepiano. De vreugde die deze muziek opriep is met geen pen te beschrijven.’
Later raakt Nancy bevriend met Mozart en een andere beroemde componist: Joseph Haydn. Ook hij schrijft werken voor haar.
In 1784 trouwt ze met John Abraham Fisher, een violist/componist die haar mishandelt. Als de keizer dat hoort laat hij Fisher uit Wenen verwijderen. Nancy heeft een dochter van hem die na een half jaar sterft. Zij verlaat Wenen in 1787. Ter gelegenheid van haar afscheid schrijft Mozart de concertaria Ch’io mi scordi di te? voor haar.
Nancy keert terug naar Londen. Daar zingt ze in opera’s van haar broer Stephen. Ze heeft een langdurige relatie met een tenor van wie ze een zoon krijgt. Deze relatie loopt twee jaar voor haar dood op de klippen. Nancy Storace overlijdt in 1817.

 

Geplaatst in De stemmen van de grote componisten | Een reactie plaatsen

Wat zijn de verschillen (en overeenkomsten) tussen lesgeven in het basis- en voortgezet onderwijs?

In Trouw (7 juni 2017) komen Fenje Koksma (44) en Peer Besselink (54) aan het woord.
Fenje werkt op een basisschool in Friesland, haar partner Peer geeft techniek op het vmbo. Ze bespreken verschillen en overeenkomsten tussen het basisonderwijs en voortgezet onderwijs.
Fenje noemt de verschillen in salarissen ‘flauwekul’. ‘Er wordt beargumenteerd dat mensen in het voortgezet onderwijs een hogere opleiding hebben genoten. Dat is niet waar: in het primair onderwijs zijn net zo goed mensen met een afgeronde master: denk bijvoorbeeld aan zij-instromers. Bovendien is het niet belangrijk wat mensen hebben als vooropleiding, maar wat ze leveren op de werkvloer. Iedereen herinnert zich wel de natuurkundedocent met een fantastische opleiding die het echt niet kon overbrengen. Ik heb zelf op de middelbare school bijna alleen maar van dat soort docenten gehad in de exacte vakken: dat waren ontzettend intelligente, hoogopgeleide mannen, maar didactisch gezien niet sterk. Dat klinkt onaardig, maar zo was het wel.’ Fenje noemt ze ‘lesboeren’ die hun methodes afdraaien zonder enige vorm van interactie.’ Didactische vaardigheden zouden zwaarder moeten wegen, vindt Fenje. ‘De kennis van je vak bepaalt niet de kwaliteit van je onderwijs. Als je niet bevlogen bent, geen pedagogische vaardigheden hebt, dan leren kinderen helemaal niets.’
Het passend onderwijs noemt Fenje ‘superingewikkeld’ Ze ziet het als een verrijking dat haar klas leert veel leert van een meisje met een verstandelijke en lichamelijke handicap dat één dag per week in de klas zit. Aan de andere kant doet passend onderwijs een enorm appèl op leerkrachten om alle leerlingen tegelijk te bedienen op hun eigen niveau. ‘Zeker als je kinderen in de klas hebt die ook nog iets extra’s vragen omdat ze bijvoorbeeld ADHD of dyslexie hebben.’ Peer zegt dat hij soms ‘hele klassen vol’ heeft van deze leerlingen. Fenje: ‘Daarom ben ik blij dat ik in het primair onderwijs werk. Ik heb de tijd, want ik zie de hele week dezelfde kinderen. Zo kan ik goed een vertrouwensband opbouwen en ze begeleiden.’ Peer: ‘Jij kan verwijzen naar een gebeurtenis van die ochtend en daar nog eens op terugkomen. Dat kan ik niet.’ Hij vindt het onverantwoord om technieklessen te geven in een klas van dertig waarin dergelijke kinderen zitten. ‘Dat is voor de klas lastig, maar ook voor zo’n jongen of meisje zelf, want hij of zij krijgt niet alle hulp die hij nodig heeft.’
Fenje besluit met: ‘In de praktijk zijn er wellicht verschillen in taken en rollen maar de essentie is hetzelfde: didactisch en pedagogisch goed lesgeven en kinderen opvoeden en onderwijzen, zodat die uiteindelijk mooie en betrokken mensen worden, die iets positiefs bijdragen aan een samenleving vanuit hun kwaliteiten en kracht.’

Bron: Trouw

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen

Wat zijn de excuses van Sander Dekker waard?

Wat zijn de excuses van Sander Dekker waard? Niets, vrees ik…
In een Kamerdebat beweerde Dekker dat een klas vol pubers zwaarder is dan eentje met basisschoolleerlingen. Tijdens het congres van de PO-raad (16 juni 2017 in Nijkerk) bood hij, meteen aan het begin van zijn speech, min of meer zijn excuses aan voor zijn ongenuanceerde uitlatingen.

Dames en heren,

Allereerst dank voor de uitnodiging om hier vandaag te zijn.

Ik moest onderweg denken aan een wat sarcastische Engelse verwensing, die luidt: ‘May you live in interesting times…’

Het zijn inderdaad roerige tijden voor het basisonderwijs. In de lerarenkamers van Nederland wordt met grote regelmaat gesproken over drie dingen: waardering, werkdruk en het lerarentekort.

En dan vergeet ik bijna nog dat vierde onderwerp: die staatssecretaris die in een Kamerdebat eens wat beter op zijn woorden moet letten. En laat ik het dáár nu helemaal mee eens zijn! Het was natuurlijk absoluut niet mijn bedoeling om zulke heftige reacties op te roepen. Dus hand in eigen boezem. Dan had ik gewoon andere woorden moeten kiezen.

Tijdens het congres roep de voorzitter van de PO-raad (Rinda den Besten) op meer geld vrij te maken voor het onderwijs. Dekker wil niet dat er alleen maar naar geld wordt gekeken als oplossing van het lerarentekort en de werkdruk. Hij zegt dat niet aan alle wensen van de sector voldaan kan worden en noemt een bedrag van vele miljarden. Hij wil samen kijken waar de nood het hoogst is.
Volgens de demissionaire staatssecretaris moeten schoolbesturen meer doen om (toekomstige) leraren aan zich te binden. Bijvoorbeeld door het bieden van betere carrièreperspectieven en begeleiding. Daarnaast wil hij de ‘stille reserves’ mobiliseren: mensen die wel een lesbevoegdheid hebben maar niet voor de klas staan.
Voor veel beginnende leraren is het startsalaris niet het probleem, zegt Dekker, maar het gebrek aan doorgroeimogelijkheden. Daar wil hij graag over in gesprek met de sector.

Bron: nos

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen