Berichten uit Puglia (1)

In een achterafstraatje in het kleine plaatsje Ostuni heeft een meneer zijn kofferbak geopend. Zijn auto is volgeladen met artisjokken. Een mevrouw heeft interesse in zijn koopwaar. Waarschijnlijk heeft ze gevraagd of hij goede artisjokken verkoopt, want hij snijdt er een voor haar open. Ik besef dat ik weinig van de artisjok afweet. Alleen een ervaren kok kan de onhandelbare vrucht zo snijden dat het zachte hart overblijft. Is het artisjokkentijd? Ik zie ze overal, maar niet meer in de kofferbak van een auto…

Geplaatst in Overig | Een reactie plaatsen

Schijn bedriegt (107)

Fresco van de Italiaanse kunstenaar Daniela Benedini (1972)

Geplaatst in Schijn bedriegt | Een reactie plaatsen

Wanneer bent u geschikt voor het onderwijs?

Wanneer bent u geschikt voor het onderwijs?
De Volkskrant vroeg het aan Eric van ’t Zelfde (rector en auteur van Superschool), Ilja Klink (oud-rector), Theo Wubbels (hoogleraar onderwijskunde) en Jessica Geldof (basisschooldirecteur).
Volgens Eric van ’t Zelfde heb je IQ, EQ en accu nodig. Hij legt uit: ‘IQ: de intelligentie die nodig is om hbo of universiteit af te ronden; EQ: om je kennis over te kunnen dragen; en een accu om al die kilometers te maken voor de klas, om bijspijkerprogramma’s te kunnen geven, om ’s avonds thuis toetsen na te kijken, om al die vergaderingen af te lopen die het onderwijs rijk is. En dat moet je dan 45 jaar volhouden.’
Ilja Klink noemt flexibiliteit als prominente eigenschap van een docent. ‘Die flexibiliteit moet je hebben. Wie daar moeite mee heeft, wie het liefst altijd de regels volgt, wie koste wat kost zijn lessen precies volgens plan wil afdraaien – die krijgt het moeilijk in het onderwijs. Want je weet op school nooit wat een dag zal brengen.’
Theo Wubbels raadt iemand die overweegt het onderwijs in te gaan te proberen het kind van de buren iets uit te leggen. ‘Kijkt het je glazig aan, ontstaat er geen leuk gesprek? Dan kun je misschien beter iets anders proberen.’ Wubbels vindt dat een docent niet alleen goed moet zijn in de vakken die hij geeft, maar ook moet begrijpen hoe kinderen denken.
Als Jessica Geldof een sollicitant heeft, begint ze met een rondleiding door het gebouw. ‘Dan kijk ik of ze niet schrikken van een chaotische situatie op de gang. Of ze worden aangesproken. En hoe ze zich gedragen in een groep kinderen die allemaal tegelijk hun jas proberen op te hangen. Soms verdwijnt een juf dan echt. Zo iemand zoek ik niet. Ik wil dat iemand er stevig tussen staat. (…) Als je niet vies durft te worden, ben je ook niet geschikt om te werken op een basisschool. Je moet poepbroeken verschonen, kinderen komen modderig uit de zandbak en ze kotsen na de kerstmaaltijd omdat ze veel te veel lekkere dingen door elkaar hebben gegeten.’
Graag sluit ik me aan bij dit bonte gezelschap van deskundigen en noem kritisch zijn als noodzakelijke eigenschap van een onderwijzer of docent. Natuurlijk bedoel ik niet het cynische geklaag dat ook op mijn school voorkomt. Wie op loze kreten als gepersonaliseerd leren, passend onderwijs, skills, eigenaarschap, onderwijs2032, tools, 21st century skills en opbrengsten kritiekloos reageert met blabla over kansen en/of uitdagingen, mag zich stevig achter de oren krabben.
Ten slotte noem ik nog een essentiële kwaliteit: humor. Humor mag nooit ontbreken.

Bron: De Volkskrant (15 april 2017)

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | 1 reactie

In het hart van de Italiaanse renaissance: de schilderende zussen Anguissola

Ga, nu het nog kan (tot en met 18 juni 2017), naar de prachtige tentoonstelling In het hart van de renaissance. Schilderkunst uit Noord-Italië in het Rijksmuseum Twenthe (Enschede)!
Tussen al die mannen (Rafaël, Bellini, Titiaan, Tintoretto, Lotto, Moretto, Moroni) zijn er twee portretten gemaakt door de zussen Sofonisba en Lucia Anguissola.
Sofonisba wordt geboren in 1532. In het gezin met zeven kinderen (zes meisjes) is zij de oudste. De adellijke vader van Sofonisba en Lucia gunt zijn kinderen een brede, culturele ontwikkeling. Sofonisba, Elena, Lucia, Europa en Anna Maria gaan op schilderles. Elena stopt daarmee als ze besluit non te worden. Anna Maria en Europa geven het schilderen op als ze in het huwelijk treden. Lucia is een groot talent, maar overlijdt helaas op jonge leeftijd. De zesde dochter wordt schrijver en zoon Asdrubale studeert muziek en Latijn.
Sofonisba krijgt een gedegen schildersopleiding van onder anderen Bernardino Campi en Bernardino Gatti. Ook Michelangelo, overtuigd van haar talent, onderwijst haar. Ze verblijft veertien jaar aan het Spaanse hof en bekwaamt zich verder in de portretkunst. Op 93-jarige leeftijd overlijdt ze.
In Enschede bewonder ik Sofonisba’s schitterende portret van een Lateraanse kanunnik. Daar vlakbij Europa, met het gezicht van een engel, geschilderd door Lucia.
Het afgebeelde zelfportret van Sofonisba hangt niet in Enschede.

Geplaatst in Kunst | Een reactie plaatsen

Leraar van het jaar: ‘We mogen best wat meer vechten voor ons vak’

In het rapport De staat van het onderwijs constateert de onderwijsinspectie dat de kwaliteitsverschillen tussen scholen te groot zijn. De rol van de leerkracht is daarbij cruciaal.
Dat vindt ook Paul Kirschner, hoogleraar van de Open Universiteit. Hij heeft onderzoek gedaan naar wat wel en niet werkt in de klas. ‘We kennen allerlei technieken die bewezen effectief zijn. Op scholen waar die technieken worden gebruikt, wordt aantoonbaar beter onderwijs gegeven.’ Kirschner wil dat elke docent academisch wordt opgeleid. Om de aantrekkelijkheid van een onderwijscarrière te verhogen is er wel extra geld nodig: voor nieuwe lerarenopleidingen en voor betere salarissen.
Van onderzoeker Erna van Koeven (Hogeschool Windesheim)  hoeft niet elke leerkracht academisch geschoold te zijn. Maar ook zij hamert op het belang van goede docenten. “Op scholen die het beste uit hun leerlingen halen, werken leraren veel samen en krijgen ze de tijd om van elkaar te leren.’ Tijd? Waar halen we die vandaan? Van Koeven noemt Finland, waar kinderen minder les krijgen dan hier. ‘Daardoor hebben leraren meer tijd voor hun eigen ontwikkeling.’
Daisy Mertens, leraar van het jaar (2016), geeft les op een multiculturele basisschool met leerlingen die gemiddeld een hogere score behalen op de eindtoets dan vergelijkbare scholen. ‘Ons lerarenteam is heel erg bezig met de ontwikkeling van ons vak. Onze schoolleider is daarin erg belangrijk. Hij vertelt ons niet wat we moeten doen maar spreekt wel ambities uit en geeft ons de ruimte voor ontwikkeling.’ Volgens haar zijn hogere salarissen of kleinere klassen twee manieren om het onderwijs te verbeteren. ‘Maar we moeten goed kijken wat werkt en waar behoefte aan is. Leraren moeten verantwoordelijkheid krijgen, maar nog belangrijker is dat ze die ook nemen. We mogen best wat meer vechten voor ons vak.’
Vechten voor ons vak? Hoort daar ook staken bij? Lijkt me wel… Legt Daisy ook haar werk neer als er binnenkort wordt gestaakt in het primair onderwijs? Ik ben benieuwd…

Bron: Trouw (14 april 2017)

 

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen

Onderwijsinspectie: De kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn te groot

De kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn te groot, constateert de Onderwijsinspectie in De staat van het onderwijs. Op basisscholen kan het tot wel twee schoolniveaus schelen: gemiddeld een havo-advies voor kinderen op de ene school, gemiddeld vmbo-kader voor een vergelijkbare groep kinderen op de andere school. ‘Dat is fors’, zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang. ‘We laten in Nederland veel talent liggen, schrijft de inspecteur-generaal. ‘Ook het talent van de niets-aan-de-hand kinderen, de gaat-toch-best-goed leerlingen, de schijnbaar doodgewone studenten.’
Op de vraag hoe het kan dat de ene school zo veel meer uit leerlingen haalt dan de andere, reageert Vogelzang: ‘Op scholen die het goed doen zien we dat de leraren beter zijn, dat de teams hechter zijn en dat de bestuurders docenten aanmoedigen zich te blijven ontwikkelen. Ook houden leraren op goede scholen hun leerlingen beter in de gaten. Ze meten de prestaties en proberen daarvan te leren.’
Vogelzang ziet graag dat scholen ambitieuzer worden en de bestaande vrijheid benutten om hun onderwijs voortdurend te verbeteren. ‘Scholen moeten zelf proberen te achterhalen hoe ze presteren. En ze moeten kijken of er scholen in de buurt zijn die het beter doen. Kunnen ze daar iets van leren? Kunnen ze samenwerken? Sommige scholen doen dat, andere nog helemaal niet.’
De inspecteur-generaal constateert dat de keuze van een basisschool cruciaal is voor de schoolloopbaan van een kind, aangezien een leerling van een zwakke basisschool de achterstand op het voortgezet onderwijs vaak niet meer inhaalt. Ouders kunnen achterhalen of een school goed is door openbare informatie te raadplegen. ‘Op http://www.scholenopdekaart.nl staat bijvoorbeeld hoe kinderen in groep 8 scoren op de eindtoets of hoeveel leerlingen slagen voor het eindexamen. Ook staat daar hoeveel leerlingen blijven zitten en hoe vaak het voorkomt dat een leerling een hoger of een lager diploma haalt dan op basis van hun schooladvies te verwachten is.’
Scholen moeten, volgens Vogelzang, op zoek naar ‘creatieve oplossingen’ voor het lerarentekort. ‘We moeten af van het idee dat er voor elke basisschoolklas één leraar staat. Sommige scholen zetten kinderen al niet meer in aparte klassen, maar in domeinen. Ze krijgen dan een individueel programma met begeleiding van docenten en klassenassistenten.’ En: ‘Als de ene school geen leraar Duits kan vinden, dan kunnen ze misschien een leraar van een andere school van hetzelfde bestuur op beide scholen laten werken.’ De inspecteur-generaal pleit voor out-of-the-box denken. ‘Met een andere inzet van personeel kun je ook goed onderwijs geven, bijvoorbeeld met een betere inzet van digitale middelen. Scholen kunnen veel leren van andere scholen die daar al stappen in hebben gezet.’ Ten slotte vindt ze dat het salaris in het onderwijs wel concurrerend moet zijn met andere sectoren.
Wat vindt Vogelzang van die plofklassen met 70 leerlingen? Creatieve oplossing?

Bron: Volkskrant (12 april 2017)

 

Geplaatst in Onderwijs en opvoeding | Een reactie plaatsen

Tenor Christoph Prégardien zingt Jezus in Matthäus-Passion!

Als ik bij de aankondiging van een concert of recital de naam van Christoph Prégardien zie, bestel ik bijna automatisch kaarten. Mijn lievelingstenor is inmiddels 61 jaar, in de herfst van zijn indrukwekkende carrière.
Toen ik de seizoensbrochure van het Concertgebouw doorbladerde, viel mijn oog op de Matthäus-Passion door het Toonkunstkoor Amsterdam (TKA). Met Christoph Prégardien als Christus!
Dat was natuurlijk een vergissing… Hoe kan een tenor immers de partij van een bariton of bas zingen?
Vrijdagavond arriveerde ik in een bomvol Concertgebouw, met gelukkig opvallend veel jonge mensen, kocht een programmaboekje en las bij de biografie van Christoph Prégardien: ‘Het is heel bijzonder dat hij, voorheen een beroemd vertolker van de partij van de evangelist, nu bij TKA de Christus-partij voor zijn rekening neemt.’ Dus toch!

Ihr wisset, daß nach zweien Tagen Ostern wird,
und des Menschen Sohn
wird überantwortet werden,
daß er gekreuziget werde.

De eerste woorden van Christus vullen de zaal. Het is even wennen aan deze lichtgewicht-Jezus, maar hij overtuigt me moeiteloos. Vooral in de hoge regionen klinkt de stem van Prégardien prachtig. Bij de lage noten, mis ik volume.
Betekent dit nu het afscheid van Christoph Prégardien als evangelist? Nooit meer een Dichterliebe, met die schitterende hoge noten? Geeft hij überhaupt nog concerten?
Noteert u even in uw agenda? Prégardien zingt 17 april 2018 liederen van Schubert in de kleine zaal van het Concertgebouw, met op de piano Julius Drake!

Geplaatst in Muziek | Een reactie plaatsen